Brei Tips
Brei Tips
De onderdelen van een breipatroon.
Meestal zijn er een aantal vaste onderdelen aanwezig, waarover geen vaste regels zijn. Iedere ontwerper mag zelf kiezen wat er in zijn/haar patroon staat.
Maten
Indien er meerder maten gegeven zijn, staan de grotere vaak tussen haakjes. Als een van deze voor jou van toepassing is, volg je die instructies.
Voorbeeld:
Maten: A (B, C, D)
Zet 20 (30, 40, 50) steken op.
Als je maat C zou willen breien, ga je dus 40 steken opzetten.
De onderdelen van een breipatroon.
Bij breipatronen voor kledingstukken staat ook hoe de maat zou moeten vallen. Dan zie je bijvoorbeeld dat je de maat zoveel cm of steken ruimer moet nemen dan je omvang.
Afmetingen
Maat S op een breipatroon is niet altijd hetzelfde als maat 36 (S) in de winkel! Meet je model / jezelf altijd heel zorgvuldig. Vergelijk deze meting met de afmetingen zoals ze op het patroon staan aangegeven.
Breigaren en naalddikte
Er is altijd aangegeven met welk garen het voorbeeldproject van de ontwerper is gemaakt en met welke naalddikte. Je hoeft niet precies dezelfde garen te gebruiken, maar de dikte moet wel overeenkomen, anders is het lastig om de goede stekenverhouding te krijgen.
Hoeveelheid breigaren
Hier staat per maat vermeld hoeveel bollen garen (en/of hoeveel gram) je nodig hebt voor je project. Als jij breigaren van een ander merk neemt, kan het zomaar zijn dat het niet meer klopt. Als je niet zeker bent kan het handig zijn om een extra bol te kopen.
Garendikte
Stekenverhouding
De stekenverhouding is het aantal steken per 10cm en het aantal naalden per 10 cm. De stekenverhouding is afhankelijk van:
- De dikte van je breinaalden
- De dikte van je breigaren
- Je draadspanning
- De gebruikte techniek
- Jouw brei stijl
- Het soort van je breigaren
(ongeveer genoteerd in volgorde van belangrijkheid!) Steekverhouding is dus bij iedereen anders. Zelfs als je met exact hetzelfde breigaren en dezelfde breinaalden het patroon gaat breien! De stekenverhouding is vooral van belang bij projecten die goed moeten passen. Het is minder belangrijk voor bijvoorbeeld een sjaal. Dus eerst een proeflapje breien om jouw unieke stekenverhouding te vinden. Gebruik dan ook precies de breinaalden die jij wil gaan gebruiken voor je project!
Het proeflapje is bijna het belangrijkste gegeven in een patroon. Sterker nog: Als je een proeflapje breit, brei je best een groot proeflapje van minstens 10cm x 10cm. Je kan je proeflapje best bewaren om tijdens het proces te controleren of de steekverhouding nog steeds juist is.
Meetlat en uitrekenhulp om de steken en naalden van je proeflapje om te zetten naar je breiwerk. Je telt met de meetlat het aantal steken en naalden op 10 cm. En dan met de beweegbare wijzer zie je direct hoeveel steken je moet opzetten. Er is toch een beetje rekenwerk. Bv. als je wil weten hoeveel steken je nodig hebt voor 66 cm. Dan kijk je eerst bij 60 en schrijft het aantal steken op en nadien bij 6. Deze 2 tel je dan samen. De meethulp heeft ook gaatjes waarmee je direct kunt zien hoe dik je breinaald is. Vooral bij wat oudere naalden is dit niet altijd goed leesbaar op de naald zelf.
|
Technieken
De breitechnieken die je moet kunnen uitvoeren voor dit specifieke patroon staan altijd beschreven. Kijk na of er dingen zijn die je nog moet leren. Soms staat er uitleg bij je patroon of een link naar een website/filmpje. Heb je niet gevonden wat je zocht? Zie mijn Brei tutorials (Deze pagina wordt regelmatig geüpdatet.)
Afkortingen en breisymbolen
afkortingen en breisymbolen
afkortingen en breisymbolen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Instructies
Dit is je stap per stap begeleiding. Lees ze op voorhand volledig door. Als er dingen onduidelijk zijn, probeer dit dan op te lossen voordat je begint met breien. Raadpleeg filmpjes, boeken of andere creatieve breisters.
Zorg dat je begrijpt hoe je breiwerk is gemaakt:
- In welke richting is het breiwerk gebreid (van boven naar onder, van links naar rechts…)
- Is dit patroon in het rond gebreid of in platte delen?
- In welke volgorde ga je breien
- Staan er brei instructies die je gelijktijdig moet volgen op dezelfde naald? (bijvoorbeeld steken meerderen voor een V-hals en tegelijkertijd minderen voor een armsgat?)
- Let op uitzonderingen!
Handige tip: Print het patroon af. Maak notities. Schrijf je vorderingen op (zo raak je de tel niet kwijt).
Instructies: * …* of [ … ] betekent ‘herhalen wat er tussenstaat’. Er staat dan ook aangegeven wanneer je moet stoppen met herhalen.
Afwerking
Soms zijn er instructies hoe je je breiproject moet afwerken. Je moet natuurlijk altijd losse draadjes wegwerken. Misschien staan er ook instructies over hoe je delen aan elkaar moet naaien en in welke volgorde, met welke steken, of er nog knopen, pompons of andere onderdelen aan vast gemaakt moeten worden, en nog veel meer… sommige instructies vind je bij 1forme.be onder brei tutorials. Indien je iets niet direct kan vinden kom je best later nog eens terug want wij zetten er steeds nieuwe filmpjes en hulpmiddelen bij of stel een vraag via onze sociale media.
Matrassteek
Wordt gebruikt voor:
– het sluiten van zijnaden
– het sluiten van mouwen en raglans (wanneer er meerderingen en minderingen gemaakt zijn op enkele steken van de rand)
– het opnaaien van zakken
Deze naad wordt aan de goede kant van het werk gemaakt. Plaats de 2 aan elkaar te naaien delen naast elkaar en met de goede kant naar boven. Steek telkens op 1 steek van beide kanten in en neem de draad op die 2 steken, verbindt éénmaal op het rechterdeel en éénmaal op het linkerdeel. Werk op deze wijze verder in iedere naald en maak zo losse steken over een hoogte van 3 tot 4 cm. Trek de draad voorzichtig aan om beide delen naar elkaar toe te halen; zo wordt de naad onzichtbaar. Herhaal steeds verder deze handeling tot beide delen met elkaar zijn verbonden.
Afwerken met haaknaald
In geval dat je gebreid hebt met dikker materiaal, kan je voor het afhechten ook een haaknaald gebruiken. Je legt de panden met de goede kant op elkaar en steek de haaknaald aan de rand door beide panden heen en haakt de panden met een toer vasten aan elkaar.
Steken samen naaien
Je kan de schouderrand ook samen brengen door steken van het voor- en achterpand samen te naaien. Je kant de steken van het voor- en achterpand niet af, maar je laat ze op de naald. Vervolgens leg je het breiwerk met de goede kanten tegen elkaar. Je hebt dan 2 naalden die naast elkaar liggen. Steek je naald in de eerste breisteek langs achter. Dit doe je ook op de tegenovergestelde kant maar dan langs de voorkant. Steek de draad door. Zo creëer je een naad. Blijf deze handeling herhalen. (zie foto’s)
Telpatroon/breischema
Een breischema of telpatroon is een schematische weergave van het patroon. Aan de hand van dit schema en de bijbehorende legende weet je precies wanneer je welke steek moet breien.
Een telpatroon bestaat uit vierkanten. 1 vierkant = 1 steek – de verklaring van de symbolen geeft uitleg over hoe u de steek moet breien. Het telpatroon laat alle steken zien aan de goede kant (tenzij anders aangegeven).
In welke richting lees je het breischema?
Nadat je je steken hebt opgezet, begin je rechtsonder in het schema bij het 1e rijtje. Je leest dus van rechts naar links, precies zoals je je breiwerk maakt. Als je alle steken van het 1e rijtje hebt gebreid, draai je je breiwerk om (als je een plat breiwerk maakt).
U leest een telpatroon volledig tegenovergesteld aan hoe u normaal zou lezen: van rechts naar linksen van onder naar boven. Als het de bedoeling is om op een ander punt of met een andere steek te beginnen, dan wordt dit duidelijk aangegeven – bijvoorbeeld: de verschillende maten kunnen op verschillende plaatsen in hetzelfde telpatroon beginnen
Heen en weer:
Als u heen en weer breit, wordt de ene naald steeds aan de goede kant gebreid en de andere naald steeds aan de verkeerde kant. Omdat het telpatroon alle steken aan de goede kant laat zien, moet u in de tegenovergestelde richting breien als u aan de verkeerde kant breit. Je leest de naald van links naar rechts, rechte steken worden averechts gebreid, en averechtse steken worden recht gebreid.
Rond breien
Als u in de ronde aan het breien bent, worden alle steken aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt de hele tijd van rechts naar links gebreid. Als u met een nieuwe naald begint, dan begint u gewoon weer met het eerste symbool op de volgende naald in het telpatroon.
Verschillende telpatronen achtereenvolgend op de naald
Als u verschillende telpatronen achter elkaar breit op dezelfde naald, brei dan als volgt: brei de 1e naald in het telpatroon, ga verder met de eerste naald in telpatroon 2, dan de eerste naald in telpatroon 3, etc. DENK EROM: als u heen en weer breit, moet het telpatroon aan de verkeerde kant in de omgekeerde volgorde gebreid worden – dus: begin met telpatroon 3, dan telpatroon 2 en tot slot telpatroon 1.
Legende
Bij een breischema zit altijd een uitleg over wat ieder symbool betekent, kijk hier goed naar! In principe zijn de meeste symbolen universeel. Maar er zijn ontwerpers die zelf varianten bedenken.
Complexe steken
Bij kabel en kant/ajourpatronen kunnen breischema’s er heel complex uitzien.
Blijf onthouden dat je gewoon ieder rijtje van rechts naar links leest. Niet te moeilijk denken, gewoon ieder symbool 1 voor 1 breien van rechts naar links! Een handige tip om complexe breischema’s makkelijker leesbaar te maken, is om kleurtjes te gebruiken.
Print je schema uit en neem de tijd om iedere steek een kleur te geven in de legende. Ga vervolgens in het breischema de verschillende symbolen de kleur geven die jij ze hebt toegewezen. Gewone rechte steken kan je na tuurlijk wit laten. De kleurtjes maken het net iets overzichtelijker! Hier onder een voorbeeld van een ajourpatroon.
Herhaling
Vaak staat er een gekleurde vierkant of rechthoek in het breischema. Dit geeft de herhaling van het patroon aan. Je start bij het begin van het rijtje aan de rechterkant, ook als dit buiten de herhaling valt. Daarna brei je de herhaling net zo vaak als nodig is. Op het einde brei je pas de steken die links van de herhaling staan.
Breien zoals de steken zich voordoen
‘Breien zoals de steken zich voordoen’, als je dit tegenkomt in een patroon kan dat verwarrend zijn. Maar eigenlijk is het heel simpel!
Breien zoals de steken zich voordoen betekent dat je de steken breit zoals je ze ziet hangen onder je linker breinaald. Zie je een v’tje, dan maak je een rechte steek. Zie je een bultje, dan maak je een averechtse steek.
Kortom, een rechte steek boven een v’tje en een averechtse steek boven een bultje!
Kleurenschema/kleurenpatroon
In het Engels heet het een color chart. In het Nederlands wordt de term teltekening hier ook voor gebruikt.
Dit kom je tegen in patronen waarbij je met meerdere kleuren tegelijk gaat breien. Dit is een techniek voor gevorderden!
Het lezen van een kleurenschema gaat precies hetzelfde als een breischema, dus ook van rechts naar links, en onderaan beginnen. Patronen waarbij je kleuren gaat inbreien worden meestal in het rond gebreid. Iedere steek is dus een rechte steek. Het enige wat verandert is de kleur waarmee je de steek gaat breien. Telpatroon kan je zelf maken. Klik hier om zelf een patroon te maken.
Beschikbaar voor iPhone & iPad in the App Store Knitting chart
Met Knitting Chart teken je je eigen brei en haak patronen. Importeer PDF bestanden van je apparaat of Ravelry en hou je vorderingen bij met de Werk Modus, toerentellers of highlights.
Je kan vierkante symbool patronen, kleur patronen en ronde haak patronen ontwerpen.
Converteer je vierkante patronen naar uitgeschreven instructies of plaats afbeeldingen en converteer het canvas naar een kleur patroon.
Pas de layout aan voor breien in het rond of losse naalden, hoek naar hoek haken, machine breien en zelfs linkshandig.
Sla je bestanden op in iCloud, Dropbox of Google Drive om ze automatisch te syncen tussen apparaten.
Zet de Werk Modus aan als je klaar bent om te gaan breien, dit zet je patroon op slot en maakt het volgen van je huidige toer en steek eenvoudig.
Breien met meerdere kleuren
Als u met meerdere kleuren breit of wanneer u wisselt van kleur dan kunt u het losse draadeinde meenemen terwijl u met de nieuwe kleur breit. Als u met de nieuwe kleur begint, dient u de uiteinden van de twee draden om elkaar heen te slaan om een gaatje te voorkomen. Hou dan de werkdraad achter het losse draadje en brei de steken door de draad die u breit afwisselend onder de losse draad door en over de losse draad heen op te pakken. Op deze manier “weeft” u het losse draadje mee, weef ongeveer 4-6 steken lang voor een stevig resultaat en knip dan het laatste losse stukje af. Zo hoeft u aan het einde niet meer alle losse draadjes weg te werken.
Vergeet niet om ook het patroon zorgvuldig door te lezen voor het juiste resultaat. Deze link laat deze techniek mooi zien.
